Naar de inhoud

Alleen thuis

Trainingsschema verlatingsangst hond: 5 fases met logboek

Ik krijg deze vraag bijna elke week. Mensen zoeken op een trainingsschema voor verlatingsangst. Ze vinden vooral pagina's die zeggen dat een schema niet kan. Dat het per hond verschilt.

Florianoprichter van Puply, schrijft over force-free training11 min lezen
Trainingsschema verlatingsangst hond: 5 fases met logboek

Dat laatste is waar. Alleen laat je iemand dan met lege handen achter. Je hond blaft nu. Je buren klagen nu. En jij moet morgen weer naar je werk.

Dus doe ik het anders. Ik geef je hieronder wel het schema, compleet met duur, herhalingen en sessies per dag. Maar ik bouw er een regel in die het schema individueel maakt: de afbreekregel. Die regel bepaalt dat jouw hond het tempo kiest.

Waarom bijna niemand je een schema geeft

De redenering achter "geen algemeen schema" klopt half. Twee honden met verlatingsangst zien er van buiten hetzelfde uit. Van binnen zijn ze totaal verschillend.

De ene hond wordt onrustig na tien minuten. De andere raakt in paniek zodra je je jas pakt. Als je die twee honden hetzelfde schema geeft, gaat het bij een van de twee mis.

Dat is geen argument tegen een schema. Dat is een argument tegen een schema zonder rem.

Een schema met een afbreekregel past zich elke sessie opnieuw aan. Je hond geeft het antwoord, jij past de duur aan.

Wat ik dus niet doe: je vertellen dat je vandaag drie kwartier moet halen. Alleen omdat het dag negen is. Wat ik wel doe: je een route geven, plus de signalen die zeggen wanneer je terug moet.

Wat verlatingsangst is, en wat het niet is

Verlatingsangst betekent dat je hond in paniek raakt als hij alleen is. Het is geen ongehoorzaamheid. Het is geen wraak omdat je wegging. Het is angst, en angst kun je niet wegstraffen.

Dat onderscheid is belangrijk voor je aanpak. Bij angst werk je met kleine, veilige stappen die onder de grens van paniek blijven. Je laat je hond steeds opnieuw ervaren dat alleen zijn niks ergs betekent.

Niet alle klachten rond alleen zijn zijn trouwens verlatingsangst. Verveling, te weinig slaap of een volle blaas geven ook onrust. Lees daarom eerst mijn artikel over verlatingsangst bij honden als je nog twijfelt.

En stress uit de rest van de dag telt mee. Een hond die de hele dag prikkels binnenkrijgt, heeft minder ruimte over voor training. Dat leg ik uit in de stressbucket van je hond.

Stap 1: de nulmeting

Voordat je begint, moet je een ding weten. Bij hoeveel seconden of minuten blijft jouw hond nu al ontspannen? Dat is je startpunt. Zonder dat getal train je blind.

Bijna iedereen overschat dit. Mensen denken "hij kan wel een half uur", omdat het huis heel blijft. Ondertussen staat de hond veertig minuten te hijgen bij de deur.

Zo film je de nulmeting

Je hebt geen dure camera nodig. Je telefoon is genoeg.

  1. Zet je telefoon op een stapel boeken, met zicht op de deur en de mand.
  2. Start de opname of een videogesprek met iemand anders.
  3. Leg een uitgelegde snack of een gevulde kong klaar op de vloer.
  4. Doe je normale vertrekroutine en loop de deur uit.
  5. Blijf maximaal tien minuten weg. Kom eerder terug als je hond stress laat zien.

Doe dit een keer. Niet vaker, want je wilt je hond niet extra belasten voor een meting.

Wat je in de beelden zoekt

Kijk terug en noteer de tijd waarop het eerste stresssignaal komt. Let hierop:

  • Janken, piepen, blaffen of huilen.
  • Hijgen terwijl het niet warm is en hij niet heeft gerend.
  • Heen en weer lopen langs de deur of het raam.
  • Kwijlen, of een natte plek op de vloer bij de deur.
  • Krabben aan de deur of de deurpost.
  • De snack niet aanraken, of hem oppakken en weer laten liggen.
  • Gapen, likken over de lippen, of zich omdraaien van de deur af.

Die laatste drie zijn subtiel. Het zijn calming signals, kleine signalen waarmee je hond aangeeft dat hij het spannend vindt.

Reken je startpunt uit

Neem de tijd van het eerste stresssignaal en halveer die. Dat is je startduur.

Ziet je hond er na acht minuten onrustig uit? Dan begin je op vier minuten. Ging het na vijftien seconden al mis? Dan begin je op zeven seconden. Dat voelt belachelijk kort. Precies daarom werkt het.

Blijft je hond de volle tien minuten rustig en eet hij zijn snack op? Dan is er misschien iets anders aan de hand. Kijk dan naar hoe lang je een hond alleen kunt laten en naar verveling als verklaring.

De afbreekregel

Dit is de belangrijkste regel van het hele schema. Lees hem twee keer.

Je gaat naar binnen of naar de vorige fase zodra je hond een stopsignaal laat zien. Niet later. Ook niet als de sessie nog loopt.

De stopsignalen

Wat een stap terug betekent

Een stap terug is niet stoppen met trainen. Het is de duur halveren.

Ging het mis op vier minuten? Dan doe je de volgende sessie twee minuten. Lukt dat drie sessies op rij goed, dan probeer je twee en een halve minuut. Zo bouw je opnieuw op, vanaf een punt waar je hond wel ontspannen blijft.

Twee keer op rij misgaan in dezelfde fase betekent iets anders. Dan ga je een hele fase terug en blijf je daar een week. Dat is geen falen. Dat is het schema dat doet wat het moet doen.

Bouw nooit een rechte trapladder

Nog een regel die veel mensen missen. Verhoog de duur niet elke keer.

Wissel korte en lange herhalingen door elkaar. Bijvoorbeeld: 10 seconden, 3 seconden, 15 seconden, 5 seconden, 20 seconden. Dan leert je hond dat de duur onvoorspelbaar is. Bij een rechte ladder gaat je hond meetellen en wordt hij juist spannender.

Het schema in vijf fases

Fase 1: jij verdwijnt uit het zicht, binnen in huis

Doel: je hond leert dat "ik zie je niet" niet hetzelfde is als "je bent weg".

Wat je doet: je stuurt je hond naar zijn mand of matje. Je loopt naar een andere kamer en doet de deur dicht. Je komt terug voordat hij onrustig wordt. Je zegt niks bij het weggaan en niks bij het terugkomen.

  • Duur per herhaling: 2 tot 30 seconden, door elkaar gemixt.
  • Herhalingen per sessie: 5 tot 8.
  • Sessies per dag: 2, met minstens vier uur ertussen.
  • Door naar fase 2 als 30 seconden drie sessies op rij goed gaat.

Fase 2: seconden achter de dichte voordeur

Doel: het geluid van de voordeur en het slot verliest zijn lading.

Wat je doet: je pakt je sleutels, gaat naar buiten, doet de deur dicht en op slot. Je staat een paar seconden stil en komt weer binnen. Je jas en schoenen horen erbij, want die zijn deel van het signaal.

  • Duur per herhaling: 2 tot 45 seconden, gemixt.
  • Herhalingen per sessie: 5 tot 6.
  • Sessies per dag: 2.
  • Door naar fase 3 als 45 seconden drie sessies op rij goed gaat.

Fase 3: minuten

Doel: je hond gaat liggen en blijft liggen terwijl jij echt weg bent.

Wat je doet: je loopt de deur uit en blijft in de buurt. Je kijkt mee op je telefoon. Je legt een gevulde kong of snuffelmat klaar, zodat er iets te doen is.

  • Duur per herhaling: 1 tot 10 minuten, gemixt.
  • Herhalingen per sessie: 3 tot 4.
  • Sessies per dag: 1 tot 2.
  • Door naar fase 4 als 10 minuten drie sessies op rij goed gaat.

Fase 4: kwartier tot half uur

Doel: de sprong naar echt boodschappen doen.

Wat je doet: je gaat werkelijk weg. Een rondje lopen, brood halen, de auto in. Je camera blijft aan. Dit is de fase waarin de meeste mensen te snel gaan.

  • Duur per herhaling: 12 tot 30 minuten.
  • Herhalingen per sessie: 1 tot 2.
  • Sessies per dag: 1. Neem een rustdag per week zonder training.
  • Door naar fase 5 als 30 minuten vier keer op rij goed gaat.

Fase 5: langer dan een half uur

Doel: een normale werkdag of avond mogelijk maken.

Wat je doet: je rekt op in stappen van maximaal vijftien minuten per keer. Bij 90 minuten en bij 3 uur bouw je een extra plaspauze in. Ik adviseer nergens meer dan 4 tot 5 uur achter elkaar.

  • Duur per herhaling: 30 minuten tot 4 uur.
  • Herhalingen per sessie: 1.
  • Sessies per dag: 1, en niet elke dag.
  • Klaar als je hond binnen vijf minuten gaat liggen en blijft liggen.

Je logboek

Zonder logboek ga je gokken. Met logboek zie je patronen die je in het moment mist. Noteer per sessie vijf dingen in een notitie-app.

  • De datum.
  • De fase waarin je zit.
  • De duur die je oefende.
  • Wat je zag, concreet beschreven.
  • Je volgende stap.

Een voorbeeld van drie dagen in fase 2. Op 12-08 oefende je 20 seconden. Hij ging liggen na 5 seconden en at zijn snack op. Volgende stap: 30 seconden proberen.

Op 13-08 deed je 30 seconden. Hij jankte na 22 seconden en ijsbeerde. Volgende stap: terug naar 15 seconden.

Op 14-08 deed je 15 seconden. Hij bleef rustig, zonder signalen. Volgende stap: drie keer herhalen op 15 seconden.

Twee tips. Schrijf bij "wat je zag" altijd concreet gedrag op, niet je interpretatie. Dus "hijgde de laatste minuut", niet "vond het zielig".

En kijk elke week terug naar je vijf laatste regels. Zie je meer terugstappen dan vooruitstappen, dan ga je te snel.

Wat je naast het schema regelt

Het schema werkt beter als de rest ook op orde is.

Waarom die laatste werkt, leg ik uit in hoe honden leren. Kort gezegd: een signaal dat honderd keer niks voorspelt, verliest zijn betekenis.

Wanneer dit schema niet genoeg is

Er zijn situaties waarin je niet met een schema moet beginnen. Dan bel je eerst je dierenarts of een gedragsdeskundige. Doe dat bij:

  • Zelfverwonding. Kapotte nagels, bloedend tandvlees, wonden aan de poten of snuit.
  • Ontsnappingspogingen. Door een raam, uit een bench, of een vernielde deurpost.
  • Paniek die uren doorgaat. Niet vijf minuten stress, maar drie uur non-stop.
  • Plotseling ontstaan gedrag op latere leeftijd. Dat kan pijn, gehoorverlies of cognitieve achteruitgang zijn.
  • Geen enkele voortgang na zes weken correct trainen.
  • Een onhoudbare situatie nu. Buren die dreigen, of een huisbaas met een ultimatum.

Een dierenarts kan lichamelijke oorzaken uitsluiten. In zware gevallen kan medicatie tijdelijk helpen, zodat training mogelijk wordt. Dat is geen zwakte en geen laatste redmiddel.

Klagen je buren over het blaffen? Lees dan ook hoe lang mag een hond blaffen. Daar staat hoe je dat gesprek voert.

Hoe lang duurt dit echt

Ik ga je geen twee weken beloven. Reken op zes tot twaalf weken bij milde tot gemiddelde verlatingsangst. Dat geldt bij vier tot vijf trainingsdagen per week.

Bij zware verlatingsangst duurt het langer. Drie tot zes maanden is normaal. Bij honden die nooit hebben geleerd alleen te zijn, kan het verder oplopen.

Vooruitgang gaat ook niet in een rechte lijn. Je hebt een goede week en dan een slechte dag. Een verhuizing of een ziekte gooit het tijdelijk om. Dan zak je een fase terug en klim je sneller weer op.

Heb je net een hond geadopteerd? Begin dan meteen, ook in de eerste weken. Waarom je daar niet mee wacht, lees je in de 3-3-3 regel bij honden.

Begin gratis, en kijk of dit bij je past

Wil je eerst voelen hoe wij trainen? Doe dan de gratis challenge 3 Dagen Minder Trekken. Je krijgt korte tekstlessen met oefeningen die je afvinkt. Dat kost je een paar minuten per dag.

Klaar voor het volledige schema? De module Alleen thuis bevat dit schema volledig uitgewerkt. Alle vijf fases, de afbreekregel per fase, het logboek en de oefeningen om vertreksignalen af te zwakken.

39 euro, eenmalig, met levenslange toegang. Geen abonnement en geen opzegtermijn. Je hond heeft misschien maanden nodig, en die tijd krijg je.

Twijfel je of dit de juiste module is? Kijk dan in het overzicht van alle modules.

Veelgestelde vragen

Er bestaat geen vast schema dat voor elke hond klopt. Wel een vaste route in vijf fases. Jouw hond bepaalt het tempo binnen die route via de afbreekregel: je halveert de duur zodra hij stress laat zien.